woensdag 29 mei 2013

Eindreflectie

Situatie
Aan het eind van mijn derde jaar op de NHL wist ik dat ik een goede docent zou kunnen zijn, ik twijfelde er alleen wel aan of ik het op deze manier tot aan mijn pensioen vol zou houden. Ik was 28 jaar oud en had de voorgaande jaren op Piter Jelles Aldlan gewerkt. Ik had het idee dat leren iets was dat ik moest bewerkstelligen en gaf redelijk docentgestuurd les, ook omdat er door de methode die gebruikt werd eigenlijk geen ruimte was voor projecten en dergelijke. Omdat ik nooit eerder echt een coach had gehad en het nut van intervisie ook niet zo zag, had ik daar voor mijn LiO-stage ook weinig behoefte aan.  
Omdat ik mijn eerdere drie stages in het voortgezet onderwijs had gelopen, besloot ik mijn LiO-stage op het MBO te doen.
Taak
Aan het begin van deze stage begon heb ik mezelf een aantal leerdoelen gesteld die ik in de loop van dit jaar graag wilde behalen.  
Ik zorg ervoor dat ik veiligheid creëer voor mijn cursisten zodat ze Engels durven te spreken, fouten durven te maken en vragen durven te stellen.
Ik kan structuur aanbrengen in mijn lessen op een manier dat die structuur ook duidelijk zichtbaar is voor leerlingen.

Ik kan mijn oordeel uitstellen zodat ik anderen de ruimte kan geven om zelf tot hun oplossing te komen.

Ik wil leren werken volgens de Spint methode.
Hier ben ik mee aan de slag gegaan.
Actie
Tijdens deze stage heb ik deelgenomen aan het LiO-traject van de Academische School van het Friesland College. Hieronder vallen de workshops op woensdag, de intervisiebijeenkomsten, de onderzoekswerkplaats, maar ook de coachgesprekken met Grytsje op dinsdag. Tijdens deze bijeenkomsten heb ik leren nadenken over en reflecteren op mijn ontwikkeling als mens en als docent.

Aan het begin van dit jaar had ik weinig tot geen behoefte aan dit traject. Ik was bereid om er aan mee te doen, maar alleen omdat het een verplicht onderdeel was en dus noodzakelijk voor het halen van mijn diploma.

De eerste verandering hierin trad vrij snel op bij intervisie. Dit was een manier van intervisie die ik op de NHL nog niet ervaren had. Daar bleven we hangen op een vrij oppervlakkig niveau. Bij het Friesland College hebben we verschillende manieren intervisie uitgeprobeerd, waarbij het juist belangrijk was om de diepte in te gaan. Ik heb hier geleerd mezelf vragen te stellen, maar ook om anderen te bevragen. Dit heeft mij in laten zien dat ik ook een rol kan spelen in het leerproces van collega´s.

De volgende verandering vond plaats tijdens mijn coachgesprekken. Het begin was even aftasten, omdat ik weinig ervaring had met dit soort gesprekken. De ontwikkeling die ik doorgemaakt aan de hand van Grytsje heb ik zichtbaar kunnen maken door middel van vijf staten van bewustzijn (Robert Kegan). Toen dit jaar begon reageerde ik impulsief in onze coach bijeenkomsten. Er was een directe relatie nodig om mij aan het werk te krijgen: Grytsje moest een prikkel sturen zodat ik daarop kon reageren. Er was weinig relevante inbreng van mijn kant.

Al snel schakelden we door naar de instrumentele fase, doordat Grytsje mij wees op zaken die ik in mijn portfolio kon verwerken. Dit had voor mij prioriteit op dat moment, ik wilde graag zien wat ik uit de bijeenkomsten kon halen: ‘What’s in it for me?’ Ik wilde weten welke theorieën bij bepaalde methodes hoorden, ik wilde namen horen zodat ik die later zelf op kon zoeken en uit kon pluizen.. Grytsje heeft hier goed op ingespeeld door mij hierin eventjes mijn zin te geven.

Daarna belandden we in de interpersoonlijke fase. Ik leerde abstracter denken, hypothetisch denken, en ik leerde me verplaatsen in de rol en situatie van anderen. Hier wilde ik nog wel eens in doorslaan, waardoor ik aannames kon doen over deze rollen. Gelukkig greep Grytsje op die momenten in en zei ze me dat ik het toch vooral bij mezelf moest houden. Ik nam verantwoordelijkheden op mij qua cursistengedrag waar ik geen invloed op had. Grytsje wees mij op de circle of influence van Stephen Covey, waardoor het voor mij makkelijker werd om afstand te nemen van dit gedrag.  

We kwamen aan in het zelfsturende stadium toen Grytsje de koppeling legde tussen mijn gedrag en de kleuren van chakras. Vooral de kleur turquoise raakte een gevoelige snaar bij mij, waardoor ik gemotiveerd raakte om me hier verder in te ontwikkelen. Ineens zag ik het overal en kon ik het op allerlei situaties toepassen! Ik leek ineens beter te begrijpen waarom mensen op een bepaalde manier reageerden en leerde om mijn gedrag aan te passen zodat ik gewenst gedrag kon stimuleren. Ik herkende eerder gedrag van mezelf en kon hierop reflecteren. Dit was echt way out of my comfort zone, maar ik vond het verschrikkelijk interessant…    

Inmiddels durf ik te stellen dat ik in het transformerende stadium beland ben dankzij Grytsje. Zij heeft mij feilloos alle stadia doorgeloods. Zoals ik eerder ook al schreef, het gaat niet langer alleen om mij: ik ben onderdeel van een groter geheel geworden. Dit ging op een hele natuurlijke en prettige manier, zoals Grytsje in haar feedback ook zegt: 'Onze communicatie vloeide soepel, soms heel associatief en intuïtief kwamen we spannende dingen tegen. Misschien omdat ik bijna helemaal balans heb: aarde water vuur en lucht, met iets meer aarde. Dan pakte ik dus mijn rol van Aarde; blijven bij het onderwerp, uitdiepen en structureren, doorvragen tot kernreflectie, niet elke keer, maar vaak genoeg om te bereiken dat je inzichten en omslagpunten ervoer, die veranderingen in je praktijk tot gevolg hadden. Ze zijn zichtbaar in je portfolio'.

Uiteindelijk kwam ook de verandering in het woensdagtraject op gang, zoals beschreven in Kritische Beroepssituatie 3.

Nu, aan het eind van het jaar, durf ik te stellen dat dit traject enorm heeft bijgedragen aan mijn startbekwaamheid.
Resultaat
Om de resultaten van mijn inspanning zichtbaar te maken wil ik mijn laatste lessen met mijn groep Bouw-4 aandragen. Voor deze cursisten heb ik een project ontwikkeld waarin zij aan de slag gaan met het herindelen van leidingen in een woning: 'Picking perfect plumbing products and more'. Ik wilde dit project gebruiken om de cursisten zelfstandig en samenwerkend aan het leren te krijgen, maar ook als manier om zelf verder te leren werken met de Sprint-methode.
Tijdens dit project leren de cursisten werken met een klant, een budget en een sales pitch. Daarnaast leren ze nieuwe woorden die ze in hun toekomstige baan zouden kunnen gebruiken. Gebaseerd op een plattegrond gaan ze aan de slag met een sales pitch waarin ze hun klant overtuigen van hun plan. Ze moeten hiervoor producten vergelijken en inspelen op de behoefte van de klant. Om het project betekenisvol te maken heb ik drie collega's uit Heerenveen benaderd en gevraagd of zij de rol van klant op zich willen nemen. De cursisten moesten deze collega's emailen en de collega's mochten bij de cursisten aangeven of er speciale behoeften waren en wat het budget was.
Tijdens het opzetten van dit project heb ik steeds de uitganspunten van Sprint in mijn achterhoofd gehouden. Ik kon hier creatief mee omgaan en ik heb er dan ook veel plezier in gehad. Ik zal de uitgangspunten van Sprint hier kort uitwerken en koppelen aan dit project.
Uitgangspunt 1: Gedrag wordt bepaald door de omgeving. Ik heb de opdracht kort en bondig uitgelegd en voor meer informatie verwezen naar de pagina met de webquest. Hier heb ik de rol van instructeur ingezet. De cursisten zijn daarna zelf aan de slag gegaan en ik heb me er buiten gehouden.
Uitgangspunt 2: Het leerrendement groeit als cursisten verantwoordelijkheid dragen. Eerst heb ik duidelijk mijn verwachting uitgesproken, namelijk een overtuigende presentatie waarbij rekening is gehouden met de wensen van de klant. Ik heb bronnen aangedragen die cursisten konden gebruiken en ik heb aangegeven wanneer het resultaat er moet zijn. De rubrics voor de beoordeling heb ik beschikbaar gemaakt voor de cursisten, zodat ze weten welke eisen ik heb. Daarna zijn de cursisten verantwoordelijk voor het proces en ben ik beschikbaar voor vragen. De resultaten worden gepresenteerd door middel van een sales pitch waaruit uiteindelijk één ontwerp zal worden gekozen. Deze opdracht is praktijkgestuurd, wat ook bijdraagt aan het verantwoordelijkheidsgevoel van de cursisten.
Uitgangspunt 3: Leren is dingen doen die je niet kunt. De cursisten spreken in het dagelijks leven eigenlijk geen Engels en roepen dat dan ook te pas en te onpas. Het maken van fouten is onvermijdelijk, dus is goed dat ik eerst een omgeving heb opgezet waarin cursisten ook fouten durven te maken. 
Uitgangspunt 4: Je moet fouten maken om te leren. Als er geen fouten gemaakt worden is de opdracht te makkelijk, dus heb ik de lat behoorlijk hoog gelegd.
Uitgangspunt 5: Leren wordt effectiever als cursisten de noodzaak voelen om iets te leren. Hierin ben ik meer de faciliteerder, de persoon die de opdracht aanbiedt. De cursisten moesten een email sturen naar een echte persoon om extra informatie te verkrijgen. Deze 'klant' zal ook een uiteindelijke winnaar kiezen. Om te winnen is het dus noodzakelijk dat zij zich grondig in het onderwerp verdiepen en weten waar ze over praten. De presentatie zal ook bijgewoond worden door klasgenoten, dus is de noodzaak groter om het goed te doen: niemand wil immers voor schut staan...
Uitgangspunt 6: Cursisten zullen nooit beter presteren dan dat de docent van ze verwacht. Door 'echte klanten' in te schakelen krijgen de cursisten het idee dat ik ze deze opdracht toevertrouw en daardoor weten ze dat ik hoge verwachtingen van ze heb: ik wil ze graag uitdagen en de cursisten houden ook wel van een uitdaging.
Uitgangspunt 7: Het eerste denkwerk doet de cursist zelf. Als docent heb ik een aantal bronnen aangeboden die het mogelijk maken om aan de uiteindelijke opdracht te voldoen. Hoe de cursist deze bronnen inzet is aan hem. Zo kunnen nieuwe woorden worden toegevoegd aan een eerder verschafte woordenlijst, maar het is niet verplicht. Ze kunnen vragen aan mij stellen, zodat ik de begeleidende rol op mij kan nemen, maar als ze geen vragen stellen is het ook prima. Wel ga ik er dan vanuit dat de opdracht ook helemaal duidelijk is. 
Uitgangspunt 8: Talent bestaat niet. Dit project is zo opgezet dat iedereen mee kan doen en dat iedereen er een voldoende op kan halen. Daar is alleen wel hard werk voor nodig.  
Uitgangspunt 9: Een cursist kan alles leren tot hij zelf het tegendeel bewezen heeft. Dit hangt samen met het vorige punt: de cursist moet zelf wel denken dat het project haalbaar is, anders wil hij zich ook niet inzetten. Als het project niet haalbaar blijkt te zijn, zal de cursist die ervaren als falen. Het was dus belangrijk dat ik als motivator een rol speelde.
Uitgangspunt 10: De cursist is verslaafd aan leerrendement. Het behalen van successen in de eerste les zal de motivatie voor de volgende les verhogen.    
Reflectie
Dit project laat veel zien van wie ik wil zijn als docent. Ik vind het belangrijk dat cursisten zich veilig voelen. Als dit lukt, is het voor mij ook mogelijk om hoge eisen te stellen. Mijn collega Suzanna bevestigt dat het opzetten van een veilige leeromgeving mij goed lukt: 'Gedurende het afgelopen jaar zijn verscheidene van jouw cursisten bij mij geweest voor RT. Wat ik altijd van hen hoor is hoe goed ze zich bij jou in de les voelen. Ze voelen zich op hun gemak. Je lessen geven hen de structuur en helderheid die ze nodig hebben. Ze voelen zich serieus genomen. Als cursisten zulke dingen zeggen, betekent het m.i. vooral 1 ding: dat je het goed doet :-)'. Dit is erg belangrijk voor mij omdat het maken van fouten een essentieel onderdeel is van de leerbaarheid in de les en van de Sprint-methode.  
Ik heb met mijn cursisten duidelijke afspraken gemaakt over de opdrachten. Deze afspraken en kaders zijn voor de cursisten op elk gewenst moment terug te vinden in de webquest. Hierdoor zijn de doelen voor de cursisten duidelijk en zichtbaar. Deze structuur draagt ook bij aan het veilige gevoel in de lessen, waardoor er ook tijd is voor een geintje op zijn tijd. Ik heb zelf veel plezier gehad aan het ontwikkelen van dit project, maar ik vond het nog leuker om te zien dat mijn cursisten er plezier in hadden. Daar waar ik aan het eind van jaar drie twijfels had over de levensduur van mijn onderwijscarriere, heb ik die nu helemaal niet meer. Het inzetten van projecten is iets waar ik me nog veel verder in wil ontwikkelen. Ik kan hier een groot deel van mijn creativiteit in kwijt.   
Door te werken met de Sprint-methode geef ik cursisten ruimte om op eigen houtje tot een eindproduct te komen. Hierdoor is de opdracht veel leerbaarder voor hen. Ik vind het nog steeds lastig om niet gelijk met suggesties en oplossingen te komen, maar ik merk wel dat ik beter word in het doen van een stapje terug. Gelukkig zien mijn LiO-collega's de vooruitgang die ik hier in geboekt heb ook.

Al met al kan ik stellen dat ik een hele andere docent ben geworden: ik barst van de energie. Ik zie overal mogelijkheden en steeds minder belemmeringen. Ik word hier uitermate gelukkig van, op deze manier hou ik het nog jaren vol! Ik zie mezelf nu als deel van een groter geheel, het gaat niet langer allemaal om mij. Het belang van de cursist, maar ook dat van mijn collega's, speelt een veel grotere rol voor mij dan voorheen.

woensdag 20 maart 2013

Kritische beroepssituatie 3: Mijn rol in de LiO-groep

Omgeving
Aan het begin van dit schooljaar had ik erg veel moeite met de woensdagen die gekoppeld zijn aan het LiO-traject van het Friesland College. Deze woensdagen zijn verplicht en vervangen twee vakken die ik anders op de NHL zou moeten volgen. Ik had hiervan verwacht dat deze dagdelen net zo ingedeeld zouden zijn als op de NHL, een hoorcollege-achtige structuur. Dit bleek niet het geval te zijn. We hadden elke woensdag twee dagdelen een bijeenkomst; van half 10 tot half 1 en van 1 tot 4. De ene keer hadden we Coachen van cursisten, de andere keer Intervisie en weer een volgende keer Didactiek. Ik begreep niet goed wat de bedoeling was: ik zag de samenhang niet en ik voelde me geen collega van de trainers maar meer een cursist of student. 

Gedrag
Dit uitte zich in iets wat eigenlijk heel vervelend studentgedrag is: ik nam geen verantwoordelijkheid voor mijn eigen leren en al helemaal niet voor het leren van anderen, ik stelde me regelmatig dwars op en op een bepaald moment ben ik zelfs weggegaan omdat ik vond dat ik anders te lang moest wachten op de intervisiebijeenkomst. Ik was van mening dat de 'schuld' hiervan niet bij mij lag, maar bij Margriet van der Werff. Aangezien zij de trainer was die wij het vaakst zagen heeft dit gedrag zich bij haar het vaakst geopenbaard. 

Op die momenten was ik precies de leerling was op de middelbare school, een behoorlijke ADHD-er. Ik heb op die momenten moeite met opletten, ik lijk niet te luisteren, ik voer taken wel uit maar lekker op mijn eigen manier en zonder de oorspronkelijke opdracht in acht te nemen, ik raak spullen kwijt en ik raak afgeleid door het minste of geringste. 

Competenties
Ik kan goed leren. Als ik iets interessant vind ben ik net een spons en zuig ik alles op. Dit jaar heb ik regelmatig gehoord dat je bij mij kan zien wanneer een kwartje valt, wanneer de boodschap overkomt. Als ik geboeid ben kan ik heel lang luisteren en open vragen stellen. Ik heb gemerkt dat ik mezelf in deze situatie zo in de weg zat dat ik deze competenties niet meer kon laten zien. 

Gelukkig helpt mijn ADHD mij ook probleemoplossend te denken. Ik heb vaak snel en veel ideeën en kan daardoor snel oplossingen bedenken.  

Overtuigingen
Ik geloof dat mensen bepaalde kwaliteiten hebben, die uitermate effectief zijn als ze goed ingezet worden. Ik geloof ook dat mensen soms uit onmacht doorslaan in deze kwaliteiten, waardoor het niet langer een kwaliteit is. Als dit gebeurt is het voor mij belangrijk om daar zo snel mogelijk op te reageren. Dit is alleen wel lastig als ik zelf niet doorheb dat ik zelf onderdeel van het probleem ben.

Verder geloof ik dat wij dit jaar een vrij pittige LiO-groep hebben gehad, met veel mensen met sterke karakters. Ik geloof dat Margriet een waanzinnig goede docent is, die alleen een tijdje niet wist hoe ze met alle dwarsheid in onze groep om moest gaan: ik denk dat ze niet in haar kracht stond. 

Ik geloof ook in loyaliteit. Als ik iemand in mijn hart gesloten heb zal ik heel veel voor die persoon doen. Dit zorgde tijdens deze situatie wel voor een behoorlijk loyaliteitsconflict. Ik had net besloten me anders op te stellen, toen er weer strubbelingen in de groep waren. Op dat moment wist ik even niet goed wat te doen, maar gelukkig realiseerde ik me dat ik (als ik weg was gegaan) de problemen alleen maar groter had gemaakt voor mezelf en voor de rest van de groep. 

Identiteit
Ik ben een slimmerik en ik ben best wel grappig, al zeg ik het zelf. Ik kan slecht omgaan met autoriteit, wat soms zo ver kan gaan dat ik het respect voor de persoon die autoriteit uitstraalt verlies. Ik word nooit onbeleefd als het zo ver komt, ik ben meer iemand die lessen gaat lopen verstoren en die grapjes gaat lopen maken. Ik heb behoefte aan richtlijnen, maar daarbinnen wil ik de vrijheid om op mijn eigen manier aan het werk te gaan. Ik weet goed wie ik ben en wat ik kan, dus ik vind het lastig als ik het gevoel heb dat ik mijn ei niet kwijt kan. Ik heb vervelende dingen meegemaakt waardoor ik extra sterk kan reageren als iemand autoriteit uitstraalt. Ik wil niet dat iemand de baas over mij speelt, ik bepaal zelf wel wat ik doe en hoe ik dat aanpak... Ik wil me niet beperkt voelen. 

Gelukkig ben ik ook iemand die niet bang is om fouten te erkennen en ik ben bereid om te werken aan mijn tekortkomingen. Soms heb ik andere mensen nodig om mij op mijn tekortkomingen te wijzen, heel recht voor zijn raap of door middel van bijvoorbeeld een intervisiebijeenkomst waar ik zelf tot de kern van het probleem kan komen. 

En een intervisiebijeenkomst was dus precies wat er nodig was voor mij om in te zien wat er aan de hand was en wat ik moest doen: ik moest ophouden zo dwars te doen en ik moest mijn excuses aanbieden aan Margriet. Ik vond dat ik dit wel aan haar verschuldigd was, maar ik had het zelf ook nodig om over mijn dwarsheid heen te stappen. 

Betrokkenheid
Ik had liever gezien dat ik mij professioneler had opgesteld aan het begin van het jaar, want ik zou het vervelend vinden als blijkt dat ik andere mensen een leerbaar moment heb ontnomen door mijn eigen autoriteitsprobleem. Natuurlijk ben ik dit schooljaar begonnen met het idee dat ik daar voor mezelf zat, het gaat tenslotte om mijn diploma. Toch?

Ik denk daar nu anders over: we zijn een team met zijn allen en Margriet is onderdeel van dit team. Op het moment dat ik me dat realiseerde kon ik me makkelijker anders opstellen, makkelijker mijn mond houden als ik vond dat iets niet effectief was. Want wat nou als het wel effectief was voor een ander?

Ik hoop dat ik ergens in het proces van de woensdagen iets heb bijgedragen aan het leren van mijn LiO-collega's en misschien zelfs aan Margriet en de andere trainers. Ik voel me onderdeel van een hecht clubje mensen en ik voel dat we een goede band met elkaar hebben: op professioneel gebied, maar ook privé. We kunnen veel van elkaar leren, maar ik moet daarbij mezelf soms even de mond snoeren. 

We zitten daar met zijn allen, het gaat niet alleen om mij.. 

Kritische beroepssituatie 2: Verkeerd kwalificatiedossier

Tijdens periode 1 en periode 2 gaf ik Engels aan de tweedejaars van de opleiding Styling & Design. Dit is een niveau vier groep die bestaat uit alleen maar meisjes. Deze groep gaf ik les op donderdagochtend van kwart voor 9. We hebben de beschikking over een groot lokaal met daarin een Smartboard. Met deze groep heb ik gewerkt aan een project van meerdere weken dat ze zou voorbereiden op de beroepsgerichte toets.  Tijdens dit project hebben we gewerkt met echte klanten, mijn klasgenoten van de NHL. Deze studenten waren op zoek naar mode- en interieuradvies. Zij kwamen bij ons in de les langs, waar ze geïnterviewd werden door de cursisten. De cursisten gingen vervolgens aan de slag met de verkregen informatie en hebben daarna een presentatie voorbereid voor hun klanten. Ze kregen hierbij ook te horen of ze aangenomen waren of niet, en of de klant uiteindelijk voor hun stylingconcept zou kiezen. Ik vond dit behoorlijk spannend omdat ik nog niet eerder op deze manier had gewerkt en omdat ik natuurlijk geen vakdocent ben op het gebied van Styling&Design!

Aan het begin van het jaar heb ik samen met een collega onderzocht welke eisen er voor deze meiden in het kwalificatiedossier staan. We schrokken hier allebei wel een beetje van, omdat de eisen vrij hoog lagen. Lezen en luisteren moesten afgesloten worden op B2 niveau, terwijl voor schrijven, spreken en gespreksvaardigheid B1 vereist was. Met deze informatie in mijn achterhoofd ben ik begonnen met het ontwikkelen van de beroepsgerichte toets. Deze heb ik voor goedkeuring neergelegd bij een collega, zij keurde de toets goed en de cursisten hebben de toets gemaakt in de toetsweek.
Bij het nakijken bleek dat een aantal cursisten bepaalde onderdelen niet hadden gehaald. Hierover heb ik een mail gestuurd naar hun coach. In deze mail heb ik verteld wie er geslaagd waren, welke herkansingen nodig waren en gevraagd of er regelingen zijn binnen de unit met betrekking tot dyslexie. Van de coach kreeg ik vervolgens een verwarrende e-mail terug, waarin zij aangaf dat de eisen op B1 niveau lagen en voor schrijven op A2. Hierop heb ik het kwalificatiedossier nog een keer bekeken en overleg gehad met de collega waarmee ik eerder het kwalificatiedossier had bekeken. Wederom kwamen wij op de eerdere conclusie uit. Tot wij een mail kregen van een andere docent van D’Drive, die aangaf dat wij het verkeerde kwalificatiedossier hadden gebruikt! Met deze informatie ben ik terug gegaan naar mijn collega, die tot mijn grote verbazing ineens zei dat de collega van D’Drive het bij het juiste eind had en vroeg hoe ik dit op ging lossen….
Op dit moment voelde ik me alsof ik een mes in mijn rug kreeg. We hadden dit toch samen uitgezocht? Het kon toch niet zo zijn dat ik hier dan ineens in mijn eentje verantwoordelijk voor was?
Omdat ik me wel verantwoordelijk voelde heb ik nagedacht over verschillende oplossingen. Ik zou alle cursisten alle toetsen over kunnen laten doen. Dit vond ik echter geen goed idee, omdat ze dan ook de onderdelen over moesten doen die ze al hadden gehaald. Dit leek mij enorm demotiverend voor de cursisten, helemaal omdat ze dan onderdelen afsloten op een lager niveau dan ze al hadden gehaald. Ik vind dat inzet en het behalen van een hoger niveau beloond zouden moeten worden, dus dit was eigenlijk al vrij snel geen optie meer voor mij.
Ik zou ook de behaalde onderdelen kunnen laten staan. De cursisten die één herkansing moesten maken konden deze dan op het vereiste niveau doen zodat ze daarna toch geslaagd waren. Dan bleven de cursisten met meerdere onvoldoendes over. Deze onvoldoendes waren echter op een te hoog niveau, dus het was niet compleet eerlijk.
Na lang wikken en wegen heb ik mijn collega en de coach het volgende voorgelegd: de cursisten die alles gehaald hebben, geef ik hun taalbewijs op B2/B1 niveau. De cursisten die het niet gehaald hebben bied ik de mogelijkheid om dit op maandagochtend in periode 4 over te doen (in verband met stage in periode 3). Uiteraard zou ik zelf voor toetsmateriaal zorgen. De cursisten met meerdere onvoldoendes gaan terug naar de leerperiode en volgen lessen in periode 4. Mijn collega en de coach zijn hiermee akkoord gegaan.  
Flash forward:                 eind maart 2013. Ik stuur een mail naar de coach van de groep Styling & Design om te bevestigen of de maandagochtend nog steeds het meest ideale moment is om de toetsen recht te zetten.  Zij geeft aan dat dit nog steeds de beste optie is, dus met deze informatie ga ik terug naar mijn collega zodat dit duidelijk is voor de les- en toetsroosters. Tot mijn grote schrik zei mijn collega ineens dat de cursisten helemaal niet zomaar op maandagochtend moeten komen, maar dat ze in de herkansingsweken moeten verschijnen voor de toetsen.
Wederom voel ik me een beetje verraden. Ook hierover hebben we toch afspraken gemaakt die door alle partijen bevestigd zijn? Waarom dan nu ineens die omslag? En hoe moet ik nou aan die coach vertellen dat er weer een fout gemaakt is? Het meest vervelende aan deze situatie vind ik dat ik de contactpersoon van de coach ben en dat het nu lijkt alsof ik er de hele tijd een potje van maak! Terwijl ik dit toch echt niet allemaal op eigen houtje verzonnen had! Ook heb ik moeite met het feit dat ik dit allemaal in mijn eentje op loop te lossen, terwijl we samen verantwoordelijk zijn voor alle onduidelijkheid. Hoe kan dit? Welke opvatting zit hier achter? Om hier achter te komen heb ik naar de pyramide van Bateson gekeken. 

De pyramide van Bateson

Ik denk dat een groot deel te maken heeft met duidelijkheid. In mijn werk maak ik duidelijke afspraken met cursisten. Zij weten wat ik van ze verwacht en dat ik hoge verwachtingen heb. Deze verwachtingen zijn uitgesproken en soms zelfs vastgelegd op papier. Als een cursist zich niet aan deze afspraken houdt, spreek ik hem of haar daar op aan. Cursisten reageren hier goed op, ze weten waar ze aan toe zijn en wat ik van ze verwacht. Dit is het zichtbare effect van mijn gedrag op mijn omgeving. 
Ik weet dat het maken en nakomen van afspraken met cursisten belangrijk is. Door duidelijke afspraken te maken stimuleer ik zelfstandigheid van cursisten, leer ik ze nadenken over en reflecteren op zichzelf, worden consequenties van gedrag zichtbaar, leren ze met grenzen omgaan en ervaren ze hoe het is als een ander door hun gedrag wordt benadeeld. Ik leer steeds beter om vaardigheden als consequent zijn en kaders aangeven in te zetten. 
Ik geloof dat duidelijkheid een belangrijk onderdeel is bij het creëren van een veilige leeromgeving en dit is voor mij één van de belangrijkste taken van een docent. Als een leeromgeving niet veilig is raken cursisten uit balans en soms zelfs in paniek. Hier is al duidelijk te zien waar mijn overtuiging botst met het gedrag van mijn collega: ik ben een goede docent, maar ik ben ook een stagiaire, de cursist in dit verhaal. Ik ben aan het leren. Doordat mijn collega, die in dit geval de docent is, niet duidelijk was naar mij raakte ik uit balans en misschien ook wel een beetje in paniek. Hierdoor ben ik zelf naar hem toe ook niet duidelijk geweest: ik heb het doen voorkomen of ik alles onder controle had en op zou lossen…
Het is voor mij belangrijk dat mensen duidelijk en eerlijk zijn. Als dit niet het geval is, weet ik niet wat ik kan verwachten of hoe ik ergens op moet reageren. Het is dan echter ook belangrijk dat ik mezelf hier ook aan houd en dit overdraag aan collega’s. Op dit soort momenten wil ik dingen duidelijk uit durven spreken. Ik wil niet alleen uitspreken dat ik iets moeilijk vind, maar ook de verwachtingen die ik van collega’s heb wil ik uitspreken. Maar waarom doe ik dat dan niet? Bij cursisten doe ik het wel..
Ik ben iemand die veel moeite heeft met oneerlijkheid en laksheid, zelfs als het niet opzettelijk is. Ik ben enthousiast over mijn werk en ik wil er dan ook veel tijd en moeite insteken. Ik neem graag verantwoordelijkheid, zelfs als het eigenlijk niet de mijne is. Dit is iets waar ik op moet letten en wat ik uit moet spreken omdat er anders misbruik/te veel gebruik van gemaakt kan worden. Wat in deze situatie extra lastig is, is het feit dat ik graag bij het Talencentrum wil blijven volgend jaar. Hierdoor merk ik dat ik extra geneigd ben om dingen aan te pakken en over te nemen. Waardoor kan dit veranderen? Op dit moment ben ik bang dat daar die baan voor nodig is, waardoor ik iets meer zekerheid zou hebben... 

Kritische beroepssituatie 1: Is dit een afspraak?

Het was maandagochtend en ik gaf Engels aan een groep Onderwijsassistenten. Dit is een niveau 4 groep die bestaat uit vier meisjes en drie jongens. Ik ontvang deze groep altijd om kwart voor 9 in één van onze kleinere lokalen, waarna de cursisten een keuze maken uit de aangeboden workshops of zelfstandig aan het werk gaan.  De cursisten in deze groep zijn bijna allemaal behoorlijk gemotiveerd, maar er is één jongen (die ik nu Hans ga noemen) die hiermee in schril contrast staat.

Hans komt zelden in de les. Hier heb ik aan het begin van het jaar contact over gezocht met zijn coach, waarna ik een email kreeg dat Hans zegt dat hij goed is in Engels en dat hij graag eerder zou willen afronden omdat hij de lessen te makkelijk vindt. Ik heb gelijk aangegeven dat dit niet aan de orde is omdat de beroepshouding van Hans ernstig te wensen overlaat. Toen ik deze e-mail had verstuurd kreeg ik spijt en vond ik dat ik eigenlijk te hard was geweest, dus heb ik een gesprek gehad met Hans. We spraken af dat hij zich elke les aan het begin van de les bij mij zou melden met een plan voor die dag, zodat hij zelfstandig aan zijn portfolio kon werken. Aan het eind van de les zou hij zich weer bij mij melden zodat ik zijn vooruitgang in de gaten kon houden. Dit ging niet goed. Hans kwam zelden naar de les en al helemaal niet om kwart voor negen. Ik heb zijn coach hier regelmatig over gemaild, maar na een tijdje kreeg ik geen reacties meer. De klasgenoten van Hans vertelden mij dat hij waarschijnlijk zou stoppen met de opleiding en ik heb het hier vervolgens bij gelaten. Tot Hans afgelopen maandag, na de pauze, ineens bij zijn klasgenoten zat. Hij had de helft van de les, en de uitleg van de opdracht, gemist. De opdracht stond online en sprak redelijk voor zich. Ik zag hem en ik wist niet zo goed hoe ik hier mee om moest gaan.

Ik had drie oplossingen in mijn hoofd:
Ik stuur Hans weg;
Ik leg Hans uit wat de bedoeling van de dag is en zet hem aan het werk;
Ik laat Hans zelf een oplossing bedenken voor deze situatie.

Als ik Hans weg zou sturen, zou hij die dag niks leren en zou er niks veranderen.  Als ik Hans de opdracht uitleg, draag ik hem de oplossing aan en leert hij er ook niks van. Ook zou dit een vreemde situatie opleveren voor zijn klasgenoten: blijkbaar maakt het niet uit dat je nooit in de les bent, je kan gewoon aanschuiven en dan is het net alsof er niks is gebeurd. Of ik zou Hans aanspreken op de gang van zaken en hem zelf een oplossing laten bedenken voor deze situatie. Hierdoor zou hij na moeten denken over zijn houding en zou hij zelf initiatief tonen bij het oplossen van dit probleem. Dit sluit aan bij mijn visie op cursisten. 

Ik heb gekozen voor de derde optie. Ik heb Hans aangesproken op zijn beroepshouding en hem gevraagd hoe hij dit wilde oplossen. Hij zei dat hij de inloggegevens van de site zou krijgen van een klasgenoot en dat hij een presentatie zou voorbereiden (net als de rest aan het doen was) zodat hij aan het eind van de les feedback op zijn uitspraak zou kunnen krijgen. Hij bood zijn excuses aan en beloofde beterschap. Ik ben akkoord gegaan en ben met zijn klasgenoten gesprekvoeren gaan oefenen. De tijdslimiet was dus duidelijk en de eisen waaraan de presentatie moest voldoen waren bekend dus ik dacht dat ik heel erg Sprint bezig was. Tussendoor ben ik nog een keer gaan kijken en hij leek inderdaad aan het werk te zijn. 

Toen ze allemaal hun beurt hadden gehad liep ik naar het Open Leercentrum om Hans op te halen, maar tot mijn grote verbazing was hij weg. Ik baalde hier behoorlijk van, waarschijnlijk omdat ik denk dat een afspraak ook echt een afspraak is, zeker als deze hardop uitgesproken wordt. Ik merk aan mezelf dat ik het soms nodig heb om plannen uit te spreken omdat ik denk dat ik er dan aan gehouden kan worden door iemand anders. Ik doe dit ook bewust, dus waarschijnlijk vind ik het daarom vervelend als andere mensen zich niet aan hun afspraken houden.

Blijkbaar heb ik hier iets gedaan wat niet effectief is geweest, want het heeft niet het gewenste effect gehad. Hans is niet aan het werk gegaan en heeft geen verbeterde beroepshouding laten zien. Wat was dan niet effectief in mijn gedrag? Toen ik deze situatie met mijn coach besprak de volgende dag, vertelde ik haar dat ik het idee had dat ik niet echt contact met hem maakte. Toen ze mij vroeg hoe dat kwam ontdekte ik dat Hans mij niet echt aan heeft gekeken tijdens het gesprek en dat hij constant op zijn telefoon bezig was. Er was dus geen echte communicatie tussen ons. Als iemand geen oogcontact maakt kan dat betekenen dat deze persoon verlegen is of zich schaamt, maar het kan ook laten zien dat je geen interesse hebt in wat de ander zegt. Hetzelfde geldt voor het gebruik van de telefoon van Hans.

Ook de afspraak die ik met hem gemaakt heb was niet helder, het was namelijk een afspraak voor mij en niet zozeer voor hem. Hij heeft eigenlijk gewoon gezegd wat ik wilde horen en ik heb dat niet opgemerkt. Mijn coach vertelde mij vervolgens over hoe zij Simon Ettekoven een keer een afspraak had zien maken. Hij bleef de afspraak eigenlijk steeds scherper stellen, totdat hij zag dat de persoon waarmee hij sprak zelf echt na ging denken en een voorstel deed. Hierna hebben ze elkaars hand geschud, waardoor de afspraak ook echt fysiek gemaakt is. Ik realiseerde mij toen pas dat de afspraak die ik gemaakt had met Hans in niks op deze afspraak leek.  

Vervolgens heb ik het besluit genomen om de nieuwe coach van Hans een e-mail te sturen. Ik heb haar de situatie uitgelegd en ik heb 11 februari een afspraak met haar en met Hans gehad. In deze bijeenkomst wilde ik proberen om werkbare afspraken te maken met Hans over hoe het nu verder moet en bespreken hoe we deze afspraken kunnen hanteren.
Deze afspraak verliep goed. De coach van Hans was er samen met de zorgcoördinator. De ruimte die we konden gebruiken had twee rechthoekige tafels, die naast elkaar gezet waren zodat er een vierkant ontstond. Vierkante tafels schijnen goed te werken bij korte, efficiënte gesprekken. Toen de coach en de zorgcoördinator gingen zitten namen zij plaats recht tegenover Hans. Ik heb er toen voor gekozen om in een hoek naast hem te gaan zitten. 
 
Hier heb ik voor gekozen omdat de situatie eerst erg leek op een verhoor. Ik zag ook dat Hans een hele defensieve houding aannam: hij sloeg zijn armen over elkaar, keek niemand aan en leunde achterover alsof hij op die manier afstand probeerde te nemen van zijn coach en de zorgcoördinator. Dit was niet de manier waarop ik het gesprek wilde beginnen, dus heb ik mijn eigen positie bewust gekozen: niet naast Hans, want we zitten niet in hetzelfde team, maar ook niet tegenover hem. Op deze manier bleef oogcontact mogelijk maar was het ook mogelijk om weg te kijken op de moeilijke momenten.

Aan het begin van het gesprek vertelde Hans aan zijn coach dat hij die ochtend op tijd aanwezig was in de les. Hier heb ik hem gelijk op aangesproken omdat dit niet waar was. De les begint om kwart voor 9 en Hans was er om 9 uur. Hij had dus de aanvang gemist. Het enige wat ik heb gedaan is zijn naam noemen, hierna corrigeerde hij zichzelf gelijk. 

Tijdens het gesprek heeft Hans afspraken gemaakt met mij, wat een hele andere insteek was dan de vorige keer dat er een afspraak gemaakt werd. Toen was ik degene die een afspraak maakte eigenlijk. Ik heb aan Hans gevraagd wat hij met mij wilde afspreken. Hier zijn we op doorgegaan tot hij zelf met iets concreets kwam. Daarna hebben we hetzelfde gedaan met het vaststellen van een datum waarop hij aan mij zou laten zien wat hij had gedaan. Ook hier was hij duidelijk zelf aan het nadenken en heb ik alleen doorgevraagd. Toen alles heel concreet was gemaakt hebben we elkaar de hand geschud. Ik merkte dat dit voor Hans heel ongemakkelijk was en ik denk dat dit komt omdat het op dat moment erg duidelijk was dat de afspraak ook fysiek gemaakt werd. 

Na dit gesprek had ik een veel beter gevoel over de gemaakte afspraken. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat Hans zich van een betere kant gaat laten zien. 

Aangetoonde competenties:
1.2 Ik spreek cursisten aan op ongewenst gedrag en stimuleer gewenst gedrag.
2.2b Ik stimuleer zelfstandigheid en initiatief van cursisten.
2.3a Ik signaleer ontwikkelings- of gedragsproblemen bij cursisten en laat zien dat ik hiermee in mijn onderwijs rekening houd.
4.2b Ik organiseer de praktische kant van mijn onderwijs (leermiddelen, ICT, inrichting lokaal) effectief en efficiënt.
5.1a Ik kan –in verschillende rollen- samenwerken in een team.
6.2a Ik heb met ouders/coaches van leerlingen en andere betrokkenen contact over het functioneren van die leerlingen.
7.1a Ik kan reflecteren op mijn eigen professionele ontwikkeling en studiegedrag.

Visie


Visie

Tijdens mijn middelbare schooltijd was ik de 'class clown': als mijn medeleerlingen hard aan het werk waren was ik degene die met een grap mijn buurman uit zijn concentratie haalde. Ik bleef altijd beleefd, maar ik was wel lastig. Later heb ik wel eens gezegd dat het me verschrikkelijk zou lijken om mezelf in de klas te hebben. Wie had toen gedacht dat ik zelf docent zou worden?!? Dit jaar geef ik als LiO les op het Talencentrum van het Friesland College. Ik geef Engels aan verschillende groepen: Onderwijsassistent, Bakker, Styling & Design, Event Management en Verzorgende-IG.

Ik? Ik ben Lotte en ik ben 29 jaar. Ik ben geboren en getogen in Leeuwarden, waar ik op mijn vijfentwintigste aan de lerarenopleiding Engels ben begonnen. Ik ben de oudste van drie kinderen uit een sterk gezin. Ik woon samen, we hebben net een huis gekocht. Ik heb 10 echte vrienden. Mijn verleden is niet heel florisant, maar heeft me gemaakt tot de persoon die ik nu ben: beter en eerlijker dan ik was. Dit is mijn basis, de kern van alles wat ik doe. Vanuit deze basis komt mijn visie voort, welke ik verdeeld heb in vier onderdelen: 

1. Visie op het Friesland College 
2. Visie op cursisten 
3. Visie op leren 
4. Visie op ICT

Visie op het Friesland College 
Het Friesland College is een regionaal opleidingscentrum voor beroepsopleidingen en volwasseneneducatie. Cursisten kunnen hier MBO-opleidingen volgen op niveau 1 tot en met 4 waarmee ze zich kwalificeren voor de arbeidsmarkt. Het Friesland College wil toepassingsgericht en praktijkgestuurd onderwijs bieden: vanuit en met de praktijk. Volgens het Koersplan 2013-2015 wil het Friesland College zich ontwikkelen tot een onderwijsinstelling met de volgende kenmerken:
  • resultaatgericht
  • ondernemend
  • reflectief
  • betrouwbaar 
  • feedback gevend en vragend. 
 Ik zie het Friesland College inderdaad als resultaatgericht omdat men zich actief inspant om doelstellingen te halen. Een voorbeeld hiervan is de Digitrajectgroep van het Talencentrum. In het Wenkend Perspectief staat het volgende over ICT: “In 2015 werkt elke docent met digitale middelen. Niet als doel op zich maar om de kwaliteit van het onderwijs te vergroten.” Om dit te realiseren zijn vier doelen opgesteld waar de Digitrajectgroep zich mee bezig houdt. Tegenslagen zijn er natuurlijk ook, bijvoorbeeld docenten die hier niet in mee willen, maar toch gaan we door op de ingeslagen weg. Ik vond de vergelijking die Daan Quakernaat maakte op de Nieuwjaarsreceptie erg mooi: het is als kathedralen bouwen, soms vliegt de boel in brand en stort het in maar je geeft niet op, je begint gewoon opnieuw met bouwen. De wijze waarop iets tot stand komt is minder belangrijk, het gaat om het uiteindelijke resultaat! Dit spreekt mij aan omdat dit ook is hoe ik zelf te werk ga. Ik maak een plan, begin aan mijn les en raak niet overstuur als iets even niet lukt. Als iets niet gaat zoals ik in gedachten had denk ik daar over na, pas mijn les aan en ga gewoon door totdat het resultaat bereikt is. Een voorbeeld hiervan zijn de momenten waarop ik de groep Verzorgende-IG de present perfect probeerde uit te leggen zodat ze konden vertellen over hun stage ervaringen tot nu toe. Ik ben begonnen met voorbeeldzinnen, waaruit ze de vorm op konden maken. Dit bleek niet te werken. Hierna ben ik in de slag gegaan met een schema (een tijdlijn) en voorbeeldzinnen. Ook dit bleek niet te werken. Daarna heb ik een tekening gemaakt om het uit te leggen. Dit bleek wel te werken en de boodschap kwam over! Het duurde even en mijn tekening verdiende geen schoonheidsprijs, maar het resultaat was behaald. 



Dit is onderdeel van een cognitieve leertheorie: de cursist moet de informatie eerst goed opslaan om er in een nieuwe situatie iets mee te kunnen. Losstaand heeft deze stof namelijk weinig betekenis. Ik realiseer me nu dat goede visuele weergave cursisten enorm kan helpen bij het opslaan van informatie. Een nadeel van de aanpak die ik in deze situatie gehanteerd heb vind ik dat het geen 'echte' situatie is, het heeft eigenlijk niks te maken met de opleiding van de cursisten of met het dagelijks leven. Hoe kan het dan dat het op deze manier wel overgekomen is? Past dit wel bij het Friesland College en bij toepassingsgericht leren? Het antwoord is nee, maar als de boodschap overgekomen is vind ik dat geen probleem... Ik vind dat je als docent moet blijven zoeken naar een manier waardoor de informatie bij de cursist binnenkomt. 

Zie ik het Friesland College ook als ondernemend? Ja en nee. Ik denk dat ondernemend inhoudt dat er niet gewacht wordt tot er instructies komen van leidinggevenden, maar dat er eigen initiatieven ontwikkeld worden. Als ik kijk naar een project als Breaking Barriers zie ik dat dit heel ondernemend is. Breaking Barriers sluit aan bij een constructivistische leertheorie, waarbij leren gezien wordt als een actief proces van kennisverwerving. De persoon die aan het leren is leert binnen een sociale omgeving, namelijk onderdompeling in de taal, op een eiland en met  een groep andere mensen.

Helaas zie ik ook situaties waarin minder initiatieven worden genomen door werknemers, bijvoorbeeld in het Talencentrum. Hier is het zo dat er een Wenkend Perspectief ligt, maar dit is voornamelijk opgesteld door leidinggevenden. Hierdoor wordt het niet door alle collega's gedragen en deze collega's ontwikkelen ook weinig eigen ideeën voor de toekomst. Ik sluit me hierin aan bij de Vier in Balansmonitor over visie: een visie moet opgesteld worden door management en docenten samen, anders heeft het geen zin. Ik zou het Talencentrum liever zien als een community of practice zoals uitgedacht door Etienne Wenger: een groep mensen die samen leren en een visie ontwikkelen door met elkaar te communiceren en ervaringen uit te wisselen.  

Een reflectieve organisatie kijkt naar zichzelf en stelt zichzelf kritische vragen om zich zo verder te ontwikkelen. Als werknemers goed reflecteren zien ze beter waarom ze bepaalde dingen doen en kunnen ze dit ook onderbouwen. Een voorbeeld hiervan binnen het Friesland College is het traject voor docentenopleiders. Werknemers die stagiaires begeleiden kunnen hier aan meedoen en zichzelf op dit vlak verder ontwikkelen. Het Friesland College heeft een Medezeggenschapsraad en een Ondernemingsraad. Ik denk dat dit bijdraagt aan het reflecteren van het Friesland College als organisatie. Hierin zie ik ook gelijk een deel van het feedback geven en vragen terug. Als het bestuur iets wil besluiten zullen ze hierover eerst feedback moeten vragen aan de medezeggenschapsraad. Ook mijn eigen leidinggevende, Marcel van der Horst, vraagt om feedback. Hij heeft, net als alle andere werknemers, functioneringsgesprekken en hiervoor heeft hij ons docententeam om feedback gevraagd. 

Ik ervaar dat het Friesland College een betrouwbare organisatie is omdat alle lijntjes heel kort zijn. Coaches zijn bereikbaar, leidinggevenden zijn bekend en bereikbaar en zelfs hun telefoonnummer is gewoon te vinden. Hierdoor is het makkelijk om mensen te benaderen met vragen. Ook zijn jaarverslagen beschikbaar op internet, waardoor de organisatie transparanter wordt. Wat voor mij verder bijdraagt aan betrouwbaarheid is het maken en nakomen van afspraken, en hier ligt volgens mij voor het Talencentrum nog een verbeterpunt. Er worden soms afspraken gemaakt tijdens vergaderingen waar vervolgens niemand zich aan houdt. Soms worden er tijdens vergaderingen helemaal geen afspraken gemaakt. En soms worden er afspraken gemaakt tussen het Talencentrum en andere units, waar die andere units zich niet aan houden. Dit is voor docententeams niet prettig, maar het levert ook veel onduidelijkheid op voor cursisten. Ik heb gehoord van cursisten dat zij dit heel vervelend vinden en dat ze zich hierdoor onzeker voelen. Dit brengt mij op het volgende onderdeel van mijn visie. 

Visie op cursisten
Cursisten zijn er in alle soorten, maten, leeftijden en kleuren, maar toch zijn er gemeenschappelijke eigenschappen. Ze zijn vaak onzeker, ook als ze het goed doen. Veiligheid is daarom belangrijk voor cursisten. Als deze veiligheid er niet is, raken ze uit balans en soms zelfs in paniek. Ik heb gezien dat dit gevoel van veiligheid een effect heeft op het concentratievermogen van cursisten; als ze zich prettig voelen kunnen en willen ze zich langer concentreren. Cursisten werken het best als jij je verdiept in wat zij interessant vinden en als ze je vertrouwen. Cursisten houden ervan als dingen duidelijk zijn: grammatica uitleg, opdrachten, regels.. Cursisten denken daarom ook regelmatig dat ze graag willen dat docenten frontaal lesgeven. Als dit niet de manier is waarop ze les krijgen, hebben ze vaak niet door dat ze iets geleerd hebben. Ik vind het belangrijk om te proberen ze dit zelf te laten achterhalen. Zo legde ik mijn cursisten aan het begin van het jaar uit wat we tijdens ons project zouden gaan doen, dingen als moodboards maken, presenteren, film kijken en daar studievragen biij beantwoorden. 'Maar mevrouw,' werd er geroepen, 'wat heeft dat dan met Engels te maken?'. Hier heb ik ze eerst maar eens een tijdje over na laten denken zodat ze zelf konden ontdekken wat het nut hiervan eigenlijk was. Ik denk dat het soms goed is voor cursisten om zelf ergens achter te komen, maar niet altijd. Ik ben me bewust van 'de dwaling van het constructivistisch doceren': als een cursist meedoet aan een activiteit betekent dit niet gelijk dat er ook iets geleerd wordt. In dit geval heb ik ervoor gekozen om dit zo te doen omdat het slechts een klein onderdeel was van de les en omdat misvattingen makkelijk uit de wereld geholpen konden worden. 

Elke cursist heeft een eigen manier van werken en van leren. Ik vind het daarom prettig om met keuzemogelijkheden te werken. Cursisten kunnen zelf een workshop kiezen en binnen de workshop vaak zelf invulling geven aan de opdracht. Door ICT te gebruiken in mijn lessen kan ik beter maatwerk leveren. Ik probeer ervoor te zorgen dat ik hiermee inspeel op capaciteiten, ontwikkeling en interesse van cursisten en ik geef ze de kans om actief en zelfstandig te leren. Onderzoek heeft aangetoond dat de juiste inzet van ICT ervoor zorgt dat de motivatie van cursisten toeneemt, de leerprestaties verbeteren en dat het leerproces efficienter wordt (Kennisnet). Verder vind ik het belangrijk om te zorgen dat cursisten kunnen laten weten wat ze vinden van de lessen en de opdrachten. Hiervoor gebruik ik Edmodo, waar ik verder over zal vertellen bij mijn visie op ICT in het onderwijs.

Deze manier van lesgeven past bij constructivistisch leren: het leren is hierdoor uitnodigend en interactief. Ik als docent schep de ruimte en bied de mogelijkheden voor de cursisten. De cursisten hebben in deze situatie veel autonomie, en ik heb ervaren dat dit als prettig ervaren wordt. 

Visie op leren 
Elke cursist leert anders en ik vind het belangrijk om hier zo veel mogelijk rekening mee te houden. Het is dan ook mijn bedoeling om de basisbehoeften van adaptief onderwijs in acht te nemen. Om de relatie te borgen maak ik mijn leerlingen dat ik beschikbaar ben voor vragen. Ze kunnen deze aan mij stellen per e-mail of via Edmodo. Ik neem tijd om gesprekjes met ze te voeren die overal over kunnen gaan, zodat ze weten dat hier tijd en ruimte voor is en dat ik oprecht geïnteresseerd in ze ben. Ik ga vertrouwelijk om met informatie en ik kom de afspraken die ik met ze maak na. Naast adaptief onderwijs past dit ook bij de behavioristische leertheorie: ik probeer hiermee het gedrag van cursisten positief te beïnvloeden.

Om de competentie van aandacht te voorzien zorg ik dat cursisten weten dat ze allemaal aan het woord kunnen komen. Hierbij houd ik rekening met de voorwaarden van samenwerkend leren: positieve wederzijdse afhankelijkheid, individuele verantwoordelijkheid, directe interactie, samenwerkingsvaardigheden en evaluatie van het groepsproces. Ik geef mijn cursisten de ruimte om aan te geven welke leerstijl zij het prettigst vinden en ik probeer hier zoveel mogelijk rekening mee te houden. Mijn cursisten weten dat ik vertrouwen in ze heb en dat ik hoge verwachtingen van ze heb. Als ze goede resultaten halen zijn ze hier ook erg trots op.

Mijn cursisten weten dat ik aanstuur op autonomie en dat ik eigen initiatieven aanmoedig. Cursisten sturen op eigen initiatief brieven naar kennissen in het buitenland en ze dragen zelf ideeën aan voor de lessen. Deze probeer ik dan ook zo veel mogelijk toe te passen in de les. Mijn cursist Ischa heeft in haar feedback ook aangegeven dat ze dit als zeer prettig heeft ervaren.  "Waren er lessen die je niet leuk vond? Waarom niet? Geef voorbeelden. Ik vond eigenlijks alle lessen wel leuk, ik vind het wel handig dat opdrachten duidelijk zijn en dat er ook naar ons geluisterd word. Omdat dat wel gebeurde vond ik het leuke lessen."

Bij Styling en Design werk ik met echte klanten en opdrachtgevers, zodat de cursisten zelf ook organisatorische zaken mogen regelen. Omdat een aantal cursisten zelf hebben gekozen om langer door te gaan met hun opdrachtgever heb ik een aanvraag bij D'Drive gedaan voor prestatiepunten voor deze activiteit. We hebben duidelijke afspraken gemaakt met de cursisten en met de opdrachtgever om ervoor te zorgen dat het geen eindeloos lopend project zou worden. De beschrijving van deze prestatie voeg ik toe als bijlage en hieronder staat hoe mijn cursist Jenny het heeft ervaren. "Wat vond je het leukst aan je tijd in het Talencentrum? Dat we Engels hebben geleerd op het gebied van styling. Lotte had voor ons geregeld dat er een klant kwam en dat wij haar styling advies konden geven in het Engels. Zo konden we leren hoe we z`n gesprek in het Engels konden doen en zo leerden we ook om een klant styling advies konden geven."



Visie op ICT 
Op het Talencentrum wordt geen gebruik gemaakt van een lesmethode. Dit geeft mij en mijn collega's de mogelijkheid om te experimenteren met ICT toepassingen. Ik maak gebruik van smartboard, computers en smartphones in mijn lessen. Helaas valt het mij op dat een groot deel van mijn collega's hier geen enkele belangstelling voor heeft. Ze vinden zichzelf te oud, ze vinden de ICT-infrastructuur niet goed genoeg en in het ergste geval hebben ze er gewoon geen zin in. Dit vind ik overigens het beste argument omdat het in elk geval eerlijk is..

In het Wenkend Perspectief van het Talencentrum staat echter dat computervaardigheid in 2015 een vereiste is voor alle docenten, dus probeer ik mijn collega's bij te scholen. Ik probeer ze uit te leggen welke ICT toepassingen handig zijn en goed werken, en ik probeer ze de didactische voordelen uit te leggen. Ik sluit me volledig aan bij het artikel van Rob Martens, Waarom ICT de sleutel is tot beter onderwijs (pagina 11). Hij koppelt ICT aan adaptief onderwijs, wat neerkomt op het volgende: 

1. Autonomie: Cursisten hebben de vrijheid om uit nieuwsgierigheid te leren. Ze kunnen zelf de onderwerpen kiezen, ze kunnen kiezen waar ze dit willen leren en wanneer ze dit willen doen. Hierdoor zullen cursisten meer zichzelf kunnen blijven en kan onderwijs ook beter op maat gemaakt worden.
2. Relatie: Samenwerking wordt makkelijker door het gebruik van ICT. Cursisten kunnen buiten lestijd met elkaar in contact blijven, maar kunnen ook makkelijk contact leggen met mensen over de hele wereld. De grenzen tussen het klaslokaal en de echte wereld vervagen dus.
3. Competentie: Er kan meer rekening gehouden worden met leerbehoeften en leerstijlen. Hierdoor worden cursisten niet langer in een standaardhokje gestopt en voelen ze zich eerder competent. Dit zorgt er weer voor dat de motivatie om te leren groter wordt.

Ik zie ICT als een krachtig middel dat ik in mijn lessen kan gebruiken om het leren van mijn cursisten betekenisvoller te maken, terwijl het tegelijkertijd mijn werk als docent makkelijker maakt als het effectief wordt ingezet. Ik denk dat gebruik van ICT leerlingen kan motiveren omdat je de echte wereld je klaslokaal in haalt. Ook kan ik door het gebruik van bijvoorbeeld inspelen op verschillen tussen leerlingen omdat ik cursisten hiermee actiever laat leren en er meer sprake is van hun eigen verantwoordelijkheid. Cursisten hebben op elk moment en op elke plek toegang tot het lesmateriaal en kunnen hun werk aan een groter publiek laten zien. 

Door ICT te gebruiken is de kans ook aanwezig dat het leren buiten de les doorgaat: veel van mijn cursisten loggen ook buiten de les in op Edmodo om bepaalde dingen op te zoeken of na te kijken. Met coaches kan ik via e-mail en Edmodo makkelijk contact onderhouden om ze op de hoogte te houden van de voortgang van hun cursisten. 

ICT biedt mij de mogelijkheid om lesmateriaal te verzamelen en te delen met collega's over de hele wereld, bijvoorbeeld via Pinterest en blogs. Dit maakt mijn lesvoorbereiding een stuk makkelijker, omdat ik niet alles zelf hoef te bedenken. Een voorbeeld hiervan is het volgende formulier dat ik gevonden had op Pinterest. 




De docent die het ontwikkeld heeft liet dit invullen door leerlingen in de eerste week van school om ze beter te leren kennen. Ik zag dit formulier en heb het ook als introductie gebruikt, maar bij mij hebben cursisten elkaar geïnterviewd door middel van binnencirkel-buitencirkel, een vorm van samenwerkend leren. Cursist 1 interviewde cursist 2 en noteerde de antwoorden. Na de eerste ronde schoof de buitencirkel twee stoelen op en interviewde cursist 2 juist cursist 1. Hierdoor kwamen alle cursisten aan het woord, oefenden ze dus gespreksvaardigheid en het formuleren van vragen en antwoorden en leerden ze elkaar beter kennen. Tot slot heb ik een aantal cursisten iets laten vertellen over de persoon die ze hadden geïnterviewd. Als ik dit formulier zelf had moeten ontwikkelen had dit me best veel tijd gekost, vooral ook om te zorgen dat het er visueel aantrekkelijk uitzag. Nu kwam ik het toevallig tegen en heb ik het aangepast zodat het binnen mijn eigen les paste. Dit bespaarde mij tijd in de voorbereiding en het ontwerpen van mijn les.  

Violet: competent in reflectie en ontwikkeling

De kleur violet is binnen de chakras gekoppeld aan het streven naar een hoger bewustzijn. Dit brengt een verbinding tot stand met een grotere werkelijkheid. De competentie in reflectie en ontwikkeling is hier logischerwijs aan gekoppeld omdat je hiermee eigenlijk hetzelfde doel hebt: een volgende stap in leven en ontwikkeling. Ik heb lange tijd moeite gehad met het diep gaan in reflectie. Dit had voor een groot deel te maken met de woorden die vaak gebruikt worden om reflectie te bewerkstelligen: helicopterview, er boven hangen.. Deze woorden betekenen niks voor mij en daardoor kreeg ik het ook niet goed voor elkaar... Tot mijn coach Grytsje de juiste snaar wel wist te raken...  
Ik had een coachgesprek met Grytsje waarin ik een situatie aandroeg met betrekking tot een coach. Ik had een groep cursisten waarvan er drie nog een herkansing moesten maken. Deze cursisten heb ik op meerdere manieren en momenten proberen te bereiken om een afspraak te maken en de tijd begon te dringen aangezien zij voor juni alles af moeten hebben voor hun diplomering. Ik hoorde niks van deze cursisten, dus heb ik de coaches uiteindelijk benaderd om te vragen of zij hun cursisten wilden aansporen tot actie. 

Van een van de coaches kreeg ik op zaterdagochtend een e-mail. In deze e-mail stelde zij dat ze vond dat ik meer mijn verantwoordelijkheid moest nemen in deze kwestie en vroeg ze hoe ik dit op ging lossen. Ik las de mail en ik moet bekennen dat ik me eigenlijk behoorlijk aangevallen voelde. Daarnaast had ik het gevoel dat mij een soort onrecht aangedaan werd omdat ik juist vond dat ik alles gedaan had om de cursisten te bereiken. Hoe vaker ik de mail las, hoe kwader ik werd, dus ik heb een e-mail terug geschreven waarin ik stelde dat ik niet vond dat de diplomering van de cursisten mijn verantwoordelijkheid was. Het zijn volwassenen dus ik vind niet dat ik ze moet smeken om alsjeblieft die herkansing te maken. 

Terwijl ik verwoed aan het typen was, trapte iets in mij ineens op de rem. Ik heb de e-mail weggeklikt en heb mijn collega Pete een bericht gestuurd om te vragen of ik dit wel zo mocht zeggen. Hij vertelde mij dat dit inderdaad niet mijn verantwoordelijkheid is, maar dat het niet verstandig was om deze e-mail te sturen: 'Wait until Monday with the e-mail. Weekend work emails are often done in anger'. Ik realiseerde me dat hij daar gelijk in had, dus ik heb de e-mail verwijderd en heb verder genoten van mijn weekend. Ik heb op zondagavond een e-mail teruggeschreven en opgeslagen, zodat ik deze maandag nog een keer kon bekijken en eventueel herzien voor ik hem zou versturen. In deze e-mail heb ik op een hele zakelijke manier beschreven wat ik ondernomen had, wanneer ik dat gedaan had en waarom ik vond dat de verantwoordelijkheid niet bij mij lag. 

Op maandagmiddag heb ik de e-mail verstuurd en de volgende dag had ik mijn wekelijkse coachgesprek met Grytsje. Ik legde haar deze situatie voor, omdat ik niet tevreden was met mijn eerste reactie op de e-mail. Ze vroeg toen aan mij waar ik dacht dat mijn eerste reactie vandaan kwam. Mijn eerste ingeving was dat ik het niet eerlijk vond dat deze coach mij op deze manier benaderd had. Grytsje vroeg mij toen om er van bovenaf naar te kijken. Op dit moment gebeurde er nog niks bij mij, ik vind het eerlijk gezegd altijd vrij irritant als iemand dit zo tegen mij zegt. Maar toen zei Grytsje: 'Doe eens net of je op een dak staat en over de rand kijkt, speel het filmpje eens af...'.

En toen gebeurde er iets in mijn hoofd. Ik voelde bijna echt een fysieke klik in de rechterkant van mijn hoofd en ineens stond ik op een dak en keek ik over de rand.. Ik zag ineens een voetbalveld. Op dit voetbalveld zag ik deze coach een soort paniekvoetbal spelen: ze was als een maniak allemaal ballen weg aan het schoppen. In eerste instantie zag ik mezelf in het doel staan, ik probeerde alle rare ballen te vangen en tegen te houden. De cursisten zaten juist heel kalm in een groepje op de grond, een beetje met elkaar te keuvelen.
Door dit filmpje zag ik ineens wat er aan de hand was en welke rol iedereen speelde: de cursisten deden eigenlijk geen werk, terwijl dat diploma wel hun belang is. De e-mail die ik aan de coaches had gestuurd, had ik ook naar hun leidinggevende gestuurd (omdat er al langere tijd wat problemen waren met deze groep wilde zij graag van alles op de hoogte gehouden worden). De coach probeerde op deze manier misschien wel een deel van haar verantwoordelijkheid weg te schoppen en over te dragen aan mij. Maar het belangrijkste van alles: ik speelde hetzelfde paniekvoetbal mee in mijn eerste reactie! Ik voelde me aangevallen en ik was kwaad en ik wilde reageren vanuit die eerste emoties, wat neerkomt op hetzelfde gedrag als die coach had laten zien. Gelukkig stond Pete in een soort coachende rol aan de zijlijn in dit filmpje en heb ik dit gedrag niet zichtbaar gemaakt.   

Vervolgens vroeg Grytsje mij hoe het spel er uit zou moeten zien. Vervolgens zag ik een herverdeling van spelers op het veld. De cursisten stonden in het veld en schoten ballen in het doel. De coach stond aan de zijlijn en moedigde ze aan, motiveerde ze. Ik stond ineens achter het doel: ik heb hetzelfde belang als de coach, dus spelen we deels dezelfde rol. 

Toen vroeg Grytsje mij wat voor e-mail ik nu zou sturen, nu ik dit filmpje zo gezien had. Ik realiseerde me toen dat ik nu waarschijnlijk niet eens meer op de 'aantijgingen' in zou gaan, terwijl ik dat in de verstuurde mail wel gedaan had. Ook zag ik ineens dat ik in de verstuurde e-mail iets gedaan had wat ik al veel langer doe.

Ik zat op een Montessori middelbare school. Toen ik daar begon was een van hun manieren om alles laagdrempelig te houden dat leerlingen de docenten bij hun voornaam mochten noemen en dat ze je en jij mochten zeggen. Dit heb ik altijd als heel prettig ervaren. Er waren echter ook momenten waarop het botste tussen mij en mijn docenten. Op deze momenten koos ik er automatisch voor om ze aan te spreken met meneer of mevrouw en zei ik ook ineens u tegen ze. Op deze manier vormde zich een soort afstand tussen mij en de docent, waardoor het voor mij makkelijker was om over mijn woede heen te stappen. Ik kon op deze manier heel duidelijk maken dat ik kwaad was, zonder te vervallen in scheld- of schreeuwpartijen.

Dit is precies wat ik in de e-mail gedaan had: ik heb hele zakelijke taal gebruikt, terwijl de communicatie tussen mij en die coach normaal helemaal niet zakelijk is. Dit is ook iets dat ik anders aan zou pakken als ik nu nog zo'n e-mail zou moeten sturen. 

Tijdens dit gesprek herinnerde ik mij een vraag die Margriet van der Werff in een voortgangsgesprek aan mij had gesteld: 'Wat doet Grytsje dat effectief is en waardoor jij aan het denken slaat?'. Ik zie nu dat zij vooral mijn rechter hersenhelft aanspreekt: ze vraagt mij vaak om in beelden te denken. 

De woorden 'dak' en 'filmpje' waren in dit geval uitermate effectief, maar volgens Grytsje wel op intuïtie gekozen. Laten we dat dan maar een gelukstreffer noemen. Ze spreekt mijn creativiteit aan waardoor het voor mij makkelijker is om verbanden te zien en een context te schetsen. Daarna gaat zij mee in de film die ik beschrijf en omdat het mijn film is, is het ook makkelijk om scenario's aan te passen. Zelfs andere uitkomsten bekijken is mogelijk. 

Ik zie nu dat dit iets is dat ze al het hele jaar doet, en het feit dat ik nu zelf gezien heb wat ze doet laat mij zien dat ik hierin een nieuwe stap heb genomen. 

Grytsje zegt over deze competentie: 'Ik merk dat Lotte kan reflecteren en daar ook zelf mee bezig is, soms voordat we er in coachgesprekken op komen. Lotte is bezig met een onderzoek op het terrein van haar professionele ontwikkeling, in samenwerking met leidinggevende en wat nodig is voor het team.'

Ook mijn LiO-collega's hebben mijn vooruitgang hier in waargenomen.