Situatie
Aan het eind van mijn derde jaar op de NHL wist ik dat ik een goede docent zou kunnen zijn, ik twijfelde er alleen wel aan of ik het op deze manier tot aan mijn pensioen vol zou houden. Ik was 28 jaar oud en had de voorgaande jaren op Piter Jelles Aldlan gewerkt. Ik had het idee dat leren iets was dat ik moest bewerkstelligen en gaf redelijk docentgestuurd les, ook omdat er door de methode die gebruikt werd eigenlijk geen ruimte was voor projecten en dergelijke. Omdat ik nooit eerder echt een coach had gehad en het nut van intervisie ook niet zo zag, had ik daar voor mijn LiO-stage ook weinig behoefte aan.
Omdat ik mijn eerdere drie stages in het voortgezet onderwijs had gelopen, besloot ik mijn LiO-stage op het MBO te doen.
Taak
Aan het begin van deze stage begon heb ik mezelf een aantal leerdoelen gesteld die ik in de loop van dit jaar graag wilde behalen.
Ik zorg ervoor dat ik veiligheid creëer voor mijn cursisten zodat ze Engels durven te spreken, fouten durven te maken en vragen durven te stellen.
Ik kan structuur aanbrengen in mijn lessen op een manier dat die structuur ook duidelijk zichtbaar is voor leerlingen.
Ik kan mijn oordeel uitstellen zodat ik anderen de ruimte kan geven om zelf tot hun oplossing te komen.
Ik wil leren werken volgens de Spint methode.
Ik kan mijn oordeel uitstellen zodat ik anderen de ruimte kan geven om zelf tot hun oplossing te komen.
Ik wil leren werken volgens de Spint methode.
Hier ben ik mee aan de slag gegaan.
Actie
Tijdens deze stage heb ik deelgenomen aan het LiO-traject van de Academische School van het Friesland College. Hieronder vallen de workshops op woensdag, de intervisiebijeenkomsten, de onderzoekswerkplaats, maar ook de coachgesprekken met Grytsje op dinsdag. Tijdens deze bijeenkomsten heb ik leren nadenken over en reflecteren op mijn ontwikkeling als mens en als docent.
Aan het begin van dit jaar had ik weinig tot geen behoefte aan dit traject. Ik was bereid om er aan mee te doen, maar alleen omdat het een verplicht onderdeel was en dus noodzakelijk voor het halen van mijn diploma.
De eerste verandering hierin trad vrij snel op bij intervisie. Dit was een manier van intervisie die ik op de NHL nog niet ervaren had. Daar bleven we hangen op een vrij oppervlakkig niveau. Bij het Friesland College hebben we verschillende manieren intervisie uitgeprobeerd, waarbij het juist belangrijk was om de diepte in te gaan. Ik heb hier geleerd mezelf vragen te stellen, maar ook om anderen te bevragen. Dit heeft mij in laten zien dat ik ook een rol kan spelen in het leerproces van collega´s.
De volgende verandering vond plaats tijdens mijn coachgesprekken. Het begin was even aftasten, omdat ik weinig ervaring had met dit soort gesprekken. De ontwikkeling die ik doorgemaakt aan de hand van Grytsje heb ik zichtbaar kunnen maken door middel van vijf staten van bewustzijn (Robert Kegan). Toen dit jaar begon reageerde ik impulsief in onze coach bijeenkomsten. Er was een directe relatie nodig om mij aan het werk te krijgen: Grytsje moest een prikkel sturen zodat ik daarop kon reageren. Er was weinig relevante inbreng van mijn kant.
Al snel schakelden we door naar de instrumentele fase, doordat Grytsje mij wees op zaken die ik in mijn portfolio kon verwerken. Dit had voor mij prioriteit op dat moment, ik wilde graag zien wat ik uit de bijeenkomsten kon halen: ‘What’s in it for me?’ Ik wilde weten welke theorieën bij bepaalde methodes hoorden, ik wilde namen horen zodat ik die later zelf op kon zoeken en uit kon pluizen.. Grytsje heeft hier goed op ingespeeld door mij hierin eventjes mijn zin te geven.
Uiteindelijk kwam ook de verandering in het woensdagtraject op gang, zoals beschreven in Kritische Beroepssituatie 3.
Nu, aan het eind van het jaar, durf ik te stellen dat dit traject enorm heeft bijgedragen aan mijn startbekwaamheid. Resultaat
Aan het begin van dit jaar had ik weinig tot geen behoefte aan dit traject. Ik was bereid om er aan mee te doen, maar alleen omdat het een verplicht onderdeel was en dus noodzakelijk voor het halen van mijn diploma.
De eerste verandering hierin trad vrij snel op bij intervisie. Dit was een manier van intervisie die ik op de NHL nog niet ervaren had. Daar bleven we hangen op een vrij oppervlakkig niveau. Bij het Friesland College hebben we verschillende manieren intervisie uitgeprobeerd, waarbij het juist belangrijk was om de diepte in te gaan. Ik heb hier geleerd mezelf vragen te stellen, maar ook om anderen te bevragen. Dit heeft mij in laten zien dat ik ook een rol kan spelen in het leerproces van collega´s.
De volgende verandering vond plaats tijdens mijn coachgesprekken. Het begin was even aftasten, omdat ik weinig ervaring had met dit soort gesprekken. De ontwikkeling die ik doorgemaakt aan de hand van Grytsje heb ik zichtbaar kunnen maken door middel van vijf staten van bewustzijn (Robert Kegan). Toen dit jaar begon reageerde ik impulsief in onze coach bijeenkomsten. Er was een directe relatie nodig om mij aan het werk te krijgen: Grytsje moest een prikkel sturen zodat ik daarop kon reageren. Er was weinig relevante inbreng van mijn kant.
Al snel schakelden we door naar de instrumentele fase, doordat Grytsje mij wees op zaken die ik in mijn portfolio kon verwerken. Dit had voor mij prioriteit op dat moment, ik wilde graag zien wat ik uit de bijeenkomsten kon halen: ‘What’s in it for me?’ Ik wilde weten welke theorieën bij bepaalde methodes hoorden, ik wilde namen horen zodat ik die later zelf op kon zoeken en uit kon pluizen.. Grytsje heeft hier goed op ingespeeld door mij hierin eventjes mijn zin te geven.
Daarna belandden we in de
interpersoonlijke fase. Ik leerde abstracter denken, hypothetisch denken, en ik
leerde me verplaatsen in de rol en situatie van anderen. Hier wilde ik nog wel
eens in doorslaan, waardoor ik aannames kon doen over deze rollen. Gelukkig
greep Grytsje op die momenten in en zei ze me dat ik het toch vooral bij mezelf
moest houden. Ik nam verantwoordelijkheden op mij qua cursistengedrag waar ik
geen invloed op had. Grytsje wees mij op de circle of influence van Stephen
Covey, waardoor het voor mij makkelijker werd om afstand te nemen van dit
gedrag.
We kwamen aan in het zelfsturende stadium
toen Grytsje de koppeling legde tussen mijn gedrag en de kleuren van chakras.
Vooral de kleur turquoise raakte een gevoelige snaar bij mij, waardoor ik
gemotiveerd raakte om me hier verder in te ontwikkelen. Ineens zag ik het
overal en kon ik het op allerlei situaties toepassen! Ik leek ineens beter te
begrijpen waarom mensen op een bepaalde manier reageerden en leerde om mijn
gedrag aan te passen zodat ik gewenst gedrag kon stimuleren. Ik herkende eerder
gedrag van mezelf en kon hierop reflecteren. Dit was echt way out of my comfort
zone, maar ik vond het verschrikkelijk interessant…
Inmiddels durf ik te stellen dat ik in het
transformerende stadium beland ben dankzij Grytsje. Zij heeft mij feilloos alle
stadia doorgeloods. Zoals ik eerder ook al schreef, het gaat niet langer alleen
om mij: ik ben onderdeel van een groter geheel geworden. Dit ging op een hele natuurlijke en prettige manier, zoals Grytsje in haar feedback ook zegt: 'Onze communicatie
vloeide soepel, soms heel associatief en intuïtief kwamen we spannende dingen
tegen. Misschien omdat ik bijna helemaal balans heb: aarde water vuur en lucht,
met iets meer aarde. Dan pakte ik dus mijn rol van Aarde; blijven bij het
onderwerp, uitdiepen en structureren, doorvragen tot kernreflectie, niet elke
keer, maar vaak genoeg om te bereiken dat je inzichten en omslagpunten ervoer,
die veranderingen in je praktijk tot gevolg hadden. Ze zijn zichtbaar in je
portfolio'.
Uiteindelijk kwam ook de verandering in het woensdagtraject op gang, zoals beschreven in Kritische Beroepssituatie 3.
Nu, aan het eind van het jaar, durf ik te stellen dat dit traject enorm heeft bijgedragen aan mijn startbekwaamheid. Resultaat
Om de resultaten van mijn inspanning zichtbaar te maken wil ik mijn laatste lessen met mijn groep Bouw-4 aandragen. Voor deze cursisten heb ik een project ontwikkeld waarin zij aan de slag gaan met het herindelen van leidingen in een woning: 'Picking perfect plumbing products and more'. Ik wilde dit project gebruiken om de cursisten zelfstandig en samenwerkend aan het leren te krijgen, maar ook als manier om zelf verder te leren werken met de Sprint-methode.
Tijdens dit project leren de cursisten werken met een klant, een budget en een sales pitch. Daarnaast leren ze nieuwe woorden die ze in hun toekomstige baan zouden kunnen gebruiken. Gebaseerd op een plattegrond gaan ze aan de slag met een sales pitch waarin ze hun klant overtuigen van hun plan. Ze moeten hiervoor producten vergelijken en inspelen op de behoefte van de klant. Om het project betekenisvol te maken heb ik drie collega's uit Heerenveen benaderd en gevraagd of zij de rol van klant op zich willen nemen. De cursisten moesten deze collega's emailen en de collega's mochten bij de cursisten aangeven of er speciale behoeften waren en wat het budget was.
Tijdens het opzetten van dit project heb ik steeds de uitganspunten van Sprint in mijn achterhoofd gehouden. Ik kon hier creatief mee omgaan en ik heb er dan ook veel plezier in gehad. Ik zal de uitgangspunten van Sprint hier kort uitwerken en koppelen aan dit project.
Uitgangspunt 1: Gedrag wordt bepaald door de omgeving. Ik heb de opdracht kort en bondig uitgelegd en voor meer informatie verwezen naar de pagina met de webquest. Hier heb ik de rol van instructeur ingezet. De cursisten zijn daarna zelf aan de slag gegaan en ik heb me er buiten gehouden.
Uitgangspunt 2: Het leerrendement groeit als cursisten verantwoordelijkheid dragen. Eerst heb ik duidelijk mijn verwachting uitgesproken, namelijk een overtuigende presentatie waarbij rekening is gehouden met de wensen van de klant. Ik heb bronnen aangedragen die cursisten konden gebruiken en ik heb aangegeven wanneer het resultaat er moet zijn. De rubrics voor de beoordeling heb ik beschikbaar gemaakt voor de cursisten, zodat ze weten welke eisen ik heb. Daarna zijn de cursisten verantwoordelijk voor het proces en ben ik beschikbaar voor vragen. De resultaten worden gepresenteerd door middel van een sales pitch waaruit uiteindelijk één ontwerp zal worden gekozen. Deze opdracht is praktijkgestuurd, wat ook bijdraagt aan het verantwoordelijkheidsgevoel van de cursisten.
Uitgangspunt 3: Leren is dingen doen die je niet kunt. De cursisten spreken in het dagelijks leven eigenlijk geen Engels en roepen dat dan ook te pas en te onpas. Het maken van fouten is onvermijdelijk, dus is goed dat ik eerst een omgeving heb opgezet waarin cursisten ook fouten durven te maken.
Uitgangspunt 4: Je moet fouten maken om te leren. Als er geen fouten gemaakt worden is de opdracht te makkelijk, dus heb ik de lat behoorlijk hoog gelegd.
Uitgangspunt 5: Leren wordt effectiever als cursisten de noodzaak voelen om iets te leren. Hierin ben ik meer de faciliteerder, de persoon die de opdracht aanbiedt. De cursisten moesten een email sturen naar een echte persoon om extra informatie te verkrijgen. Deze 'klant' zal ook een uiteindelijke winnaar kiezen. Om te winnen is het dus noodzakelijk dat zij zich grondig in het onderwerp verdiepen en weten waar ze over praten. De presentatie zal ook bijgewoond worden door klasgenoten, dus is de noodzaak groter om het goed te doen: niemand wil immers voor schut staan...
Uitgangspunt 6: Cursisten zullen nooit beter presteren dan dat de docent van ze verwacht. Door 'echte klanten' in te schakelen krijgen de cursisten het idee dat ik ze deze opdracht toevertrouw en daardoor weten ze dat ik hoge verwachtingen van ze heb: ik wil ze graag uitdagen en de cursisten houden ook wel van een uitdaging.
Uitgangspunt 7: Het eerste denkwerk doet de cursist zelf. Als docent heb ik een aantal bronnen aangeboden die het mogelijk maken om aan de uiteindelijke opdracht te voldoen. Hoe de cursist deze bronnen inzet is aan hem. Zo kunnen nieuwe woorden worden toegevoegd aan een eerder verschafte woordenlijst, maar het is niet verplicht. Ze kunnen vragen aan mij stellen, zodat ik de begeleidende rol op mij kan nemen, maar als ze geen vragen stellen is het ook prima. Wel ga ik er dan vanuit dat de opdracht ook helemaal duidelijk is.
Uitgangspunt 8: Talent bestaat niet. Dit project is zo opgezet dat iedereen mee kan doen en dat iedereen er een voldoende op kan halen. Daar is alleen wel hard werk voor nodig.
Uitgangspunt 9: Een cursist kan alles leren tot hij zelf het tegendeel bewezen heeft. Dit hangt samen met het vorige punt: de cursist moet zelf wel denken dat het project haalbaar is, anders wil hij zich ook niet inzetten. Als het project niet haalbaar blijkt te zijn, zal de cursist die ervaren als falen. Het was dus belangrijk dat ik als motivator een rol speelde.
Uitgangspunt 10: De cursist is verslaafd aan leerrendement. Het behalen van successen in de eerste les zal de motivatie voor de volgende les verhogen.
Reflectie
Dit project laat veel zien van wie ik wil zijn als docent. Ik vind het belangrijk dat cursisten zich veilig voelen. Als dit lukt, is het voor mij ook mogelijk om hoge eisen te stellen. Mijn collega Suzanna bevestigt dat het opzetten van een veilige leeromgeving mij goed lukt: 'Gedurende het afgelopen jaar zijn verscheidene van jouw cursisten bij mij geweest voor RT. Wat ik altijd van hen hoor is hoe goed ze zich bij jou in de les voelen. Ze voelen zich op hun gemak. Je lessen geven hen de structuur en helderheid die ze nodig hebben. Ze voelen zich serieus genomen. Als cursisten zulke dingen zeggen, betekent het m.i. vooral 1 ding: dat je het goed doet :-)'. Dit is erg belangrijk voor mij omdat het maken van fouten een essentieel onderdeel is van de leerbaarheid in de les en van de Sprint-methode.
Ik heb met mijn cursisten duidelijke afspraken gemaakt over de opdrachten. Deze afspraken en kaders zijn voor de cursisten op elk gewenst moment terug te vinden in de webquest. Hierdoor zijn de doelen voor de cursisten duidelijk en zichtbaar. Deze structuur draagt ook bij aan het veilige gevoel in de lessen, waardoor er ook tijd is voor een geintje op zijn tijd. Ik heb zelf veel plezier gehad aan het ontwikkelen van dit project, maar ik vond het nog leuker om te zien dat mijn cursisten er plezier in hadden. Daar waar ik aan het eind van jaar drie twijfels had over de levensduur van mijn onderwijscarriere, heb ik die nu helemaal niet meer. Het inzetten van projecten is iets waar ik me nog veel verder in wil ontwikkelen. Ik kan hier een groot deel van mijn creativiteit in kwijt.
Door te werken met de Sprint-methode geef ik cursisten ruimte om op eigen houtje tot een eindproduct te komen. Hierdoor is de opdracht veel leerbaarder voor hen. Ik vind het nog steeds lastig om niet gelijk met suggesties en oplossingen te komen, maar ik merk wel dat ik beter word in het doen van een stapje terug. Gelukkig zien mijn LiO-collega's de vooruitgang die ik hier in geboekt heb ook.
Al met al kan ik stellen dat ik een hele andere docent ben geworden: ik barst van de energie. Ik zie overal mogelijkheden en steeds minder belemmeringen. Ik word hier uitermate gelukkig van, op deze manier hou ik het nog jaren vol! Ik zie mezelf nu als deel van een groter geheel, het gaat niet langer allemaal om mij. Het belang van de cursist, maar ook dat van mijn collega's, speelt een veel grotere rol voor mij dan voorheen.
Al met al kan ik stellen dat ik een hele andere docent ben geworden: ik barst van de energie. Ik zie overal mogelijkheden en steeds minder belemmeringen. Ik word hier uitermate gelukkig van, op deze manier hou ik het nog jaren vol! Ik zie mezelf nu als deel van een groter geheel, het gaat niet langer allemaal om mij. Het belang van de cursist, maar ook dat van mijn collega's, speelt een veel grotere rol voor mij dan voorheen.






